Header Image

Inzagerecht: Bewijs door stukken van de gedaagde.

Een juridisch heel lastige kwestie is het verkrijgen van bewijs door stukken waar alleen de wederpartij over beschikt. Zeker als die wederpartij weigert mee te werken.

In het handelsverkeer maar ook in het familierecht  komt het veelvuldig voor dat het bewijs van uw recht op een prestatie van uw debiteur slechts kan worden bewezen met stukken waarover alleen die debiteur beschikt. Is de debiteur verplicht op grond van de wet om inzage in zijn stukken te geven? Wel, in sommige gevallen wel maar het is zeker niet altijd het geval. U moet een rechtmatig belang hebben bij inzage. Zo besliste de rechter in kort geding in Breda (mr. Leyten) onlangs dat de Staat slechts omdat er zeer bijzondere omstandigheden aanwezig waren zo'n rechtmatig belang had bij de vordering jegens Chemie Pack (Moerdijk - brand) om alle verzekeringspolissen over te leggen. 

De vraag is van groot belang in het handelsverkeer. In Nederland kennen wij geen zogenaamde discovery procedure zoals in het Engelse recht waarbij beide partijen over en weer stukken moeten overleggen die de andere partij kiest.

Deze kwestie wordt in rechtspraak en rechtswetenschap ontwikkeld. Wetgeving is zeer summier en heeft wortels in executiegeschillen. Dan gaat het over de vraag over de debiteur wel voldoende verhaal biedt. Dus als er al een vonnis is gewezen. Het probleem ligt juist vaak ook in de procedure die aan het vonnis vooraf gaat.

De discussie gaat over de vraag of het toekennen van het recht niet leidt tot een "fishing" - expeditie door de crediteur afgezet tegen de onaanvaardbare onmacht van een crediteur als een debiteur tegen beter weten in niet thuis geeft.

Overigens wordt dit vaak praktisch opgelost door in dit laatste geval ten nadele van de debiteur een vermoeden aan te nemen.

Relevantie: handelsrecht, familierecht, arbeidsrecht, commerciële praktijk